Over 10 years we help companies reach their financial and branding goals. Engitech is a values-driven technology agency dedicated.

Gallery

Contacts

411 University St, Seattle, USA

engitech@oceanthemes.net

+1 -800-456-478-23

Uitvoering van gemeentelijk sportbeleid na de eerste coronamaatregelen

Mulier instituut (2020-05-19)

De coronacrisis houdt ook de sportsector in zijn greep. Een aantal coronamaatregelen heeft direct betrekking op de sport, waarbij de sluiting van sportaccommodaties de meest tastbare is. In deze factsheet wordt beschreven hoe in de beginfase bij gemeentelijke sportafdelingen is ingespeeld op de coronamaatregelen die in maart 2020 zijn afgekondigd. De gegevens zijn verzameld via een online vragenlijst die is uitgezet bij het panel van Vereniging Sport en Gemeenten (VSG). 156 gemeenten hebben de vragenlijst ingevuld. 

Lees meer

Economische impact van het coronavirus in de sportsector

NOC*NSF (2020-03-23)

De maatregelen i.v.m. het coronavirus hebben een enorme impact op de Nederlandse samenleving en daarmee ook op de sportsector. Het kot er op neer dat de sport in Nederland stil is komen te liggen. Dit heeft dan ook flinke economische gevolgen. Het gaat om zowel gederfde inkomsten uit bijvoorbeeld deelnemersbijdrage, ticketing en sponsoring, maar ook om reeds gemaakte kosten voor activiteiten die niet door kunnen gaan.
 

Lees meer

logo-NOCNSF

Sport in provinciale coalitieakkoorden 2019-2023

Mulier instituut (2020-02-07)

In tegenstelling tot de vorige bestuursperiode, hebben alle twaalf provincies aandacht voor sport in hun coalitieakkoord voor de bestuursperiode 2019-2023. Nieuwe ambities gaan voornamelijk over onderwerpen die landelijk en lokaal de afgelopen tijd meer aandacht hebben gekregen. Voorbeelden hiervan zijn de verduurzaming van sportvastgoed, de sportieve buitenruimte en kwetsbare groepen met mindere toegang tot sport en bewegen. Ook de ontwikkeling van (provinciale) sportakkoorden staat op de agenda. Dit blijkt uit een studie van het Mulier instituut, waarin de nieuwe coalitieakkoorden en andere relevante beleidsdocumenten van de twaalf Nederlandse provincies zijn geanalyseerd.

Andere belangrijke bevindingen zijn:

  • De mate van aandacht voor sport verschilt sterk per provincie. Op basis van tellingen van het aantal genoemde sport gerelateerde termen, hebben de provincies Gelderland en Limburg de meeste aandacht voor sport. Uit de beschikbare financiële stukken blijkt dat zij ook relatief veel uitgeven aan sport.
  • Provincies hebben geen primaire verantwoordelijkheid op sport en lichten in de coalitieakkoorden toe waarom ze een rol vervullen binnen dit domein. Ze verwijzen hierbij veelal naar de bovenregionale positie en daarmee ondersteunende rol aanvullend op het gemeentelijk beleid. Daarnaast verwijzen ze naar de waarde van sport voor andere beleidsterreinen die wel tot de verantwoordelijkheid van provincies worden gerekend (leefbaarheid, recreatie/toerisme, economie, duurzaamheid). De ondersteunende rol aan het landelijk beleid wordt ten dele gereflecteerd in de aandacht voor het Nationale Sportakkoord en de ambities bij zeven provincies om aansluitend op dit Nationale Sportakkoord te komen tot een Provinciaal Sportakkoord.
  • Het sportbeleid van de provincies richt zich met name op sport voor mensen met een beperking, sport voor gezinnen in armoede, duurzaamheid van sportaccommodaties, gezonde leefstijl en voeding, (top)sportevenementen en sport in de openbare ruimte. De taken die de provincies daarbij op zich nemen zijn gericht op het delen van kennis, het verbinden van partijen en het ondersteunen van initiatieven via cofinanciering.

Lees meer

Monitor Sportuitgave gemeenten 2018

Mulier instituut (2020-02-05)

De Nederlandse gemeenten hebben in 2018 bijna 1,1 miljard euro netto aan sport uitgegeven (1.084 miljoen). Dit betreft 1,6 procent van alle uitgaven van de gemeenten. Per inwoner geven de gemeenten gemiddeld 63,6 euro aan sport uit. In 2017 was dat 62,4 euro. Rekening houdend met inflatie resteert een minieme groei van de uitgaven per inwoner (0,2%). Dit blijkt uit een onderzoek van het Mulier Instituut waarvoor gebruik is gemaakt van financiële gegevens van gemeenten (IV3 data van het CBS). Van de uitgaven aan sport is 74 procent bedoeld voor bouw, onderhoud en exploitatie van sportvoorzieningen. Andere uitgaven betreffen stimulering van sportdeelname, zoals de organisatie van sportactiviteiten voor specifieke groepen, subsidies aan individuen en subsidies aan sportclubs.

De verschillen in de (netto) sportuitgaven per inwoner tussen gemeenten zijn groot. In veel gemeenten bestaat daarnaast van jaar op jaar een relatief grote spreiding van de uitgaven, waarschijnlijk door incidentele uitgaven. Ondanks deze verschillen zien we dat grotere gemeenten per inwoner meer aan sport uitgeven. Meer specifiek geven sterk stedelijke gemeenten meer aan Sportbeleid en activering uit. Zij kennen vaker specifieke groepen die qua sportdeelname achterblijven. De minder stedelijke gemeenten geven meer aan accommodaties uit. Het relatief grote aantal kleinschalige sportvoorzieningen, om in minder stedelijke gemeenten sporten in de nabijheid mogelijk te maken, kan hier een oorzaak van zijn.

In dit rapport hebben we speciale aandacht besteed aan het verschil in uitgaven bij de uitbesteding van gemeentelijke sporttaken. Gemeenten zonder een extern verzelfstandigd sportbedrijf geven meer geld per inwoner aan accommodaties uit. Nader onderzoek moet uitwijzen of de uitbesteding zelf dit http://sportzeeland.nl/wp-content/uploads/2021/01/Sport_in_provinciale_coalitieakkoorden_2019_2023.pdfverschil veroorzaakt of dat andere factoren meespelen.

Lees meer

Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2019

Mulier instituut (2019-11-18)

Uit de Monitor Brede Regeling Combinatiefuncties 2019| Mulier Instituut zijn de volgende gegevens samengevat over de huidige situatie.
 
1. In totaal nemen 347 gemeenten in Nederland deel aan de Brede Regeling Combinatiefuncties. Op 1 september 2019 zijn in totaal 3.400 fte buurtsportcoaches, combinatiefunctionarissen en cultuurcoaches gerealiseerd (93% van de vooraf vastgestelde 3.667 fte). Daarvan is 2.834 fte functionarissen bij 344 gemeenten werkzaam vanuit de sector sport en bewegen en 566 fte functionarissen bij 281 gemeenten vanuit de sector kunst en cultuur.
2. 201 gemeenten (58%) hebben op 1 september het te realiseren aantal fte functionarissen gehaald. De deelnemende gemeenten verwachten op 31 december 2019 3.578 fte gerealiseerd te hebben (98%). 82 gemeenten (23%) geven aan op 31 december de norm niet te halen, het gaat hierbij om 89 fte.
3. Op 1 september 2019 zijn 5.800 personen werkzaam als functionaris.
4.  In 98 procent van de gemeenten leggen de functionarissen voor sport een verbinding met het primair onderwijs en in 96 procent van de gemeenten met sportaanbieders. Vanuit cultuur wordt vooral de verbinding gemaakt met het primair onderwijs (92%) en met organisaties uit de kunst- en cultuursector (87%). Vanuit sport is in 42 procent van de gemeenten ook sprake van een verbinding met culturele organisaties.
5. In 55 procent van de gemeenten waarin vanuit de sector sport en bewegen functionarissen in het onderwijs worden ingezet, hebben de functionarissen de taak om zelfstandig les te geven. In totaal worden 1160 personen als vakleerkracht bewegingsonderwijs ingezet. Vanuit de sector kunst en cultuur hebben in 34 procent van de gemeenten functionarissen de taak om op scholen zelfstandig les te geven. Het gaat hierbij om 420 personen die als vakleerkracht kunst en cultuur werkzaam zijn.
6. Functionarissen worden vooral ingezet op de doelgroepen kinderen (89%), jongeren (79%), ouderen (78%) en personen met een beperking (74%). Qua omvang is de inzet veruit het grootst voor kinderen van 0 tot 12 jaar (1.598 fte).
7. Gemeenten hebben veel moeite met het beantwoorden van de vraag hoeveel unieke deelnemers zij met de inzet van buurtsportcoaches bereiken. Aantallen lopen sterk uiteen, concrete monitoring op deze cijfers vindt nauwelijks plaats.
8. Op 1 september 2019 zijn 3.263 fte functionarissen in (loon)dienst (96%). Het merendeel van de fte is aangesteld bij niet-commerciële organisaties in de sectoren sport, welzijn en cultuur. 137 fte (4%) werkt niet in loondienst, maar wordt ingehuurd als zzp’er.
9. De meeste functionarissen worden ingezet op hbo 5-niveau. Functionarissen die vanuit de sector kunst en cultuur werkzaam zijn, werken relatief vaker op het functieniveau hbo-5 dan functionarissen vanuit de sector sport en bewegen.
10. Voor 47 procent van alle formatieplaatsen in Nederland (1.590 fte) zijn de salariskosten van de functionarissen lager dan het normbedrag van 50.000 euro en voor 53 procent (1.810 fte) is het gelijk aan het normbedrag of hoger.
 

Lees meer

Hoe zien sportverenigingen hun toekomst?

Mulier instituut (2019-10-28)

Ongeveer vier op de tien sportverenigingen in Nederland maken zich nauwelijks zorgen om het voortbestaan van de vereniging en zien de toekomst van hun vereniging (zeer) zonnig in (44%). Bijna de helft van de verenigingen (45%) ziet de toekomst niet positief in, maar is ook niet somber. Dit blijkt uit de factsheet van het Mulier Instituut. De meeste van deze verenigingen geven aan uitdagingen te zien voor het voortbestaan van de vereniging, maar verwachten dat ze de uitdagingen aankunnen. Kleine verenigingen (≤ 100 leden, 15%), verenigingen van semi-individuele sporten (12%), met binnensporten (12%) en zonder eigen accommodatie (16%) zijn het vaakst negatief over hun toekomst. Het aandeel sportverenigingen dat de toekomst van de vereniging negatief inziet is de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld (van 6% in 2009 naar 11% in 2019).
 

Lees meer

Racisme, sociale kramp en innerlijke drijfkrachten in het betaald voetbal

Harmsen, F., Elling, A., Sterkenburg, J. van (2019-10-28)

Uit deze verkennende kwalitatieve studie onder een aantal jonge profvoetballers met een migratieachtergrond blijkt dat discriminatie en racisme ook voorkomen in het Nederlands (prof)voetbal.  De resultaten laten tevens zien dat erkenning van het bestaan van discriminatie en racisme, door middel van gesprek en beeldmateriaal ook positieve energie bij jonge sporters kan genereren. Dit gebeurt onder andere bij het mogen praten over diepere gevoelens naar aanleiding van ervaren racisme, waarbij zij putten uit spirituele, morele, etnische en/of religieuze overtuigingen. Het draagt bij aan een ontlading van de bestaande ‘sociale kramp’ rondom dit thema. De uitkomsten impliceren het belang van het door coaches en managers blijvend bespreekbaar maken van ervaren discriminatie en de noodzaak tot (her)agendering van etnisch-raciale vooroordelen, discriminatie en machtsongelijkheid op verschillende niveaus in het betaald voetbal.
 

Lees meer